
NOSTALGIA ALERT - Pas op: ik ga op een trip through memory lane. Ik ga geen recensie geven. Voor een goede recensie van Nevermind, kijk hier.
Groot was mijn vreugde gisteren, toen de postbode een enorm pakket bij me afleverde: de jubileumeditie van het album dat toen ik een puberend scholiertje was, mijn leven volledig op zijn kop zette.
Flinke woorden, he? Het was ook wel een flink heftige periode. Mijn toenmalige beste vriendje in 4HAVO was een enorm muzikale jongen, hij heeft mij de eerste drumlessen gegeven, hij speelde in een band met even virtuoze vrienden, had afwisselend blauw en groen lang haar en hij gaf mij een cassette met Nirvana. Uiteraard kende ik Smells Like Teen Spirit wel van MTV, maar zoals met veel liedjes in die tijd bleef het bij de single. En toen gaf hij me de bandjes van Nevermind en Bleach. En ik was om. In de berichten over de recente heruitgave van deze monsterplaat komt veelal "een bak teringherrie" terug, en dat was precies wat ik nodig had.
Als gezegd, ik ga niet de plaat recenseren. De originele plaat kent iedere rockliefhebber, lijkt me, en die heruitgave van alle live- en studiosessies is geweldig om aparte nummers van Nirvana te hebben. Het is prachtig om een albumhoes voor 4 platen te hebben, met mooie foto's, en die schitterende voorkant (klik hier voor een leuke anekdote, trouwens). De plaat is goed. Vergeet alle discussies of Cobain nou wel of niet succes wilde hebben, of het bak herrie is of een keerpunt in de geschiedenis. Je moet deze plaat hebben, om met een noodgang teruggeworpen te worden in die tijd. Wat kwam er bij mij terug toen ik gisteren veel te laat en veel te hard disc 1 op de speler legde?
- Ik merk dat er gaten in mijn geheugen zitten van specifiek die periode;
- Ik zag mezelf weer bij mijn beste vriendje op zijn kamer zitten, luisterend naar Zappa, Monty Python, Nirvana en hun eigen muziek;
- Ik zag mezelf weer zitten in het plaatselijke park met een groep vrienden, allen met te lang en te vet haar;
- Ik voelde weer de uitlaatklep voor alle puberale boosheid, onzekerheid en het gevoel van 'muziek van iemand die me begreep' (alhoewel ik tot op de dag vandaag niet weet wat ik daarmee bedoelde);
- Ik wil direct weer soldatenkistjes kopen, en
- Ik ben weer als een malloot door de kamer aan het springen.
Nog een persoonlijke anekdote: ik spaar muziekshirtjes. Nu van de bands die ik live zie en goed genoeg vind, maar toen nog niet. Mijn ouders vonden het wat eng voor mij om naar het concert te gaan (daar ben ik dus niet geweest, %*%^#$#@) maar ik had wel een shirt van Nirvana. Op de rug van dat shirt stond "Fudge-packing, crack-smoking, satan-worshipping motherf*cker". We waren toen met het gezin op vakantie en waren de dag dat ik dat shirt aan had, in de buurt van een klooster. Toen er twee nonnen aankwamen, brak het zweet me uit (protesten ok, maar om mijn eeuwige ziel in gevaar te brengen vond ik ook wat gortig). Ik heb toen, met behulp van mijn broertjes, met succes mijn rug van ze afgehouden.
Jammer dat die periode voorbij is. Ik kan me nog herinneren dat ik na 5VWO die periode achter me liet. I cleaned up, en verkende de wereld van house. Weg was de legerbroek, weg waren de kistjes en het lange haar. Het uitgeven van deze plaat is voor mij hét excuus om mijn herinneringen opnieuw te beleven. Ik ben even weg, ik ga even in een park zitten.
PS: mijn vriendje van toen heeft intussen Hogeschool voor de Kunsten gedaan, geeft muzieklessen en heeft met zijn oude bandleden weer een band opgericht. Check hun Myspace voor meer informatie.
In de afgelopen festivals van Leeds en Reading deelden de bands The Strokes en Pulp de hoofdpodia. Grappig om te zien hoe indie-held en Pulp-frontman Jarvis Cocker - die in de jaren '90 al een ongewassen bos haar had - nog steeds moeite heeft de Palmolive-shampoo te vinden. Kijk hier voor een fotoreportage met links naar videobeelden van de optredens.
Overigens maakte Jarvis een mooie opmerking: hij droeg het nummer Joyriders op aan de relschoppers in GB onlangs: "This is dedicated to those people who were rioting. They weren't rioting, they were just playing Grand Theft Auto outdoors." Als je het mij vraagt, koren op de molen voor de anti-spelletjes-groeperingen, maar toch, het was een leuke twist.
Wil je nog eens zien waarmee Pulp in de jaren '90 zo denderend populair was? Kijk hier!

Met 'het oog wil ook wat' in het achterhoofd, de nieuwe CD van Joss Stone geluisterd. De plaat heet "LP1", en lijkt een nieuw begin voor Stone in te luiden. Niet voor het eerst, want ze noemde haar derde plaat "Introducing Joss Stone", aangezien ze daarmee een nieuwe weg insloeg. Maar ze noemde "Mind, Body and Soul" - haar tweede album - ook al haar 'echte' debuut, aangezien ze daarop veel van haar nummers zelf schreef. En haar eerste album, The Soul Sessions is natuurlijk haar debuut... omdat dit haar debuut is.
LP1 is haar debuut, omdat dit haar album is dat ze niet via EMI uitbrengt, maar via haar eigen label "Stone'd Records". Leuke woordspeling, dat kan je niet ontkennen.
Nu - met een frisse blik en een open mind maar eens geluisterd naar haar vierde debuutalbum. De CD begint stevig, met het ruige Newborn en de bluesy tracks Karma en Don't Start Lying to Me Now. Vooral die laatste is prettig. Fijn pianopingeltje erdoor, handklapjes en een gezellig achtergrondkoortje. Je ziet jezelf gewoon in een iets donker, verrookt zaaltje zitten, alwaar Stone op het podium staat te jammen. Het is geen echte, vuige blues maar ligt lekker in het gehoor. Dan wordt het wat kalmer met Last One to Know, Drive All Night en Cry Myself to Sleep. Dit nummer werkt rustig naar een climax toe, als het nummer in de laatste minuut wat harder gaat. Daarna schakelt ze weer een tandje bij met lichtere tonen waar ze met haar vibrato doorheen tettert, en ze sluit af met wat ballad-achtige nummers. Boat Yard en Take Good Care - vooral die - is een regelrechte tranentrekker. Als dit het voor je doet.
Ik ben een fan van de echte blues. Dit klinkt mij allemaal net ietsje te glad in de oren. Bij een bluesnummer verwacht ik onbewust een rokershoestje, gerinkel van glazen en applaus. Dat mist natuurlijk op een studioalbum, maar daardoor herken je wel de klasse in de stem van Stone. Het moet je liggen, maar als je ervan houdt is het een goed album. Is het weer een debuut? Dat weet ik nou ook weer niet. Het is een goede plaat, herkenbaar door dat onmiskenbare stemgeluid van Stone, maar geen totaal nieuwe richting. Het zal vast anders voelen, zo werkend vanuit je eigen platenmaatschappij, maar dat de geboorte van een nieuw 'debuut' noemen, dekt de lading ook niet.
De juweeltjes: Don't Start Lying to Me Now en Drive All Night.

De bossen in met Woods. Deze Amerikaanse lo-fi-folkrockband uit Brooklyn levert met Sun and Shade album nummer 6 af. Met dit album ga je regelrecht terug de jaren '60 en '70 in. Psychedelische muziek, orgelpingeltjes en drumfilletjes die bij elkaar de Byrds niet zouden misstaan - en dat niet eens in een al te modern jasje. Als je tegen me zou zeggen dat dit een plaat is uit de protestperiode van vorige eeuw, zou ik je zonder meer geloven.
Toch stamt de band uit 2005 en lijken de directe lijnen met sit-ins, Woodstock (behalve de naam, dan) en haarbandjes ver, ver weg. Als je kijkt naar hun website (via front-man's platenlabel Woodsist) - niks geen flash, menuutjes, en popupschermen, helegaar niks - en naar de fotootjes die erop staan, zie je flanellen shirts, grote brillen en fout haar.
Maar die muziek is gaaf! Ik ben dankzij vaders zelf grootgebracht met reuzen als The Byrds, Jefferson Airplane en Santana, dus de muziek voelt vertrouwd. Het klinkt uitstekend geproduceerd zonder kil-strak over te komen, en heel sfeervol. Ik heb het gevoel dat ik 40 jaar terug ga in de tijd, zonder dat ik het idee heb naar oude muziek te luisteren. En dat is best wel een verdienste.
Het album is maar drie kwartier lang, en kent twee nummers die korter zijn dan 2 minuten. Korte, krachtige nummers, waar de folk vanaf druipt. De zachte stem van Jeremy Earl en de kwetsbare gitaren op de achtergrond sturen je direct de jaren '60 in, bijvoorbeeld met Pushing Only's en any Other Day. Out of the Eye en Sol y Sombra zijn twee lange instrumentale nummers, van respectievelijk ruim 7 en 9 minuten, en door het ontbreken van de zang van Earl, focus je op de muziek.
Terugverlangen naar de muziek van het Woodstock-tijdperk hoeft niet. Je kunt gewoon nu naar de winkel, kijken bij 'nieuwe releases' en genieten van al het moois dat nu op dit moment wordt gemaakt.
Dus, combineer oud met nieuw: Zoek je houthakkersoverhemd onderuit de kast, pak een boomstronk om op te zitten, kruip onder een boom, en selecteer Woods op je iPod Touch. Het kan.

Ik ben wel groot fan van lounge-achtige muziek: ik heb alle CD's van de SupperClub-serie, en een stel lounge-jazz-artiesten op de zilveren schijfjes, 'heerlijke muziek voor op de achtergrond, op een herfstige dag op de bank'. Toevallig is een tijdje geleden "Radio Retaliation" van Thievery Corporation in mijn iTuneslijst terecht gekomen. Dit album heeft een wat bredere mix van stijlen, van snellere jazz, naar soul. Toen ik de nieuwe van het Amerikaanse duo voorbij zag komen, heb ik besloten deze plaat maar eens aan een wat dieper onderzoek te onderwerpen.
Culture of Fear is de weinig uitnodigende titel van het album. Angstcultuur? De albumhoes is een camera - Big Brother is watching you. In Culture of Fear (samengevat lijkt het de wens van de [Amerikaanse] overheid om ons angstig te houden) en Overstand (angst zonder reden) gaan de artiesten hier dieper op in. Maar toch, het eerste wat tijdens de intro-scan op het album opvalt, is dat de stijl meer rond bijzonder relaxte, warme en zelfs een beetje dromerige jazz is opgebouwd. Twee nummers hebben duidelijke raggae-invloeden (Overstand en Stargazer), de rest is een slepende stroom dub, jazz en acid-jazz. Heerlijk om bij weg te dromen.
De twee producers Rob Garza en Eric Hilton en hun team van gelegenheidsartiesten hebben als thuisbasis Washington D.C. en timmeren vanuit daar sinds 1995 aan de weg. Hun muziek is een mix van stijlen (duidelijker te horen op hun andere albums waar het verschil groter is), invloeden van landen en talen. Met name India, het Zuid-Amerikaans continent en de Balkan vormen de muzikale bakermat voor hun muziekstijl. Culture of Fear is dan ook een prettige plaat, met gelijkenissen met het Franse Air, Gare du Nord en Blockhead.
Wat ik het lastigste vind is om de aandacht erbij te houden. De DJ's hebben een duidelijke politieke mening (ook Radio Retaliation stond bol van protesten, tegen het IMF, George W. Bush en rijkdom in het algemeen), maar als ik naar dit soort muziek luister, drijf ik weg. Ik hoor het wel, maar registreer het niet. Wat ook niet helpt, is dat ik dit geen genre voor protestmuziek vind. Ik luister triphop om tot rust te komen, en om gemurmel te hebben op de achtergrond, als Mrs. MusicMaestro knutselt of kookt, en ik lees. Als ik kwade muziek wil, pak ik de Sex Pistols, Rage Against the Machine of Biohazard.
Gelukkig kan uitgebreid chillen, kickin' back en coppin' out perfect met dit album. Sommige nummers zijn wat energieker (Culture of Fear heeft snelle raps) maar over het algemeen is het heerlijke jazz, waar ik een prettig gevoel aan overhoud. Juweeltjes? Take My Soul, Where It All Starts en Fragments.